Duurzaam willen, maar niet altijd mogen

899 woorden, 4 minuten leestijd
Door: Sjoerd Blom
Sjoerd Blom Sjoerd Blom
Sjoerd Blom is getrouwd en vader van 2 tienermeiden. Hij is dol op lekker eten, reizen en technische snufjes. Sjoerd schrijft vooral over de wereld, reizen en WordPress.

Ik hecht veel waarde aan duurzaamheid. Niet alleen omdat het goed klinkt op verjaardagen, maar vooral omdat het logisch voelt. Minder verspillen, slimmer omgaan met energie en een beetje vooruitdenken. Dat probeer ik thuis ook al jaren te doen.

Zo ligt mijn dak inmiddels al een tijd vol met zonnepanelen. Daar was en ben ik in principe heel blij mee. Het idee dat de zon rustig mijn energierekening staat weg te branden heeft iets geruststellends. Tenminste, dat had het. Want ondertussen heeft de overheid het bezit van zonnepanelen behoorlijk minder aantrekkelijk gemaakt. Salderen wordt afgebouwd, terugleververgoedingen gaan omlaag en er komen extra kosten bij kijken. De zon schijnt nog net zo hard, maar het enthousiasme wordt wel wat gedempt.

Mijn voorkeur is simpel: ik wil zoveel mogelijk van mijn zelf opgewekte stroom ook zelf gebruiken. Dat voelt eerlijk, efficiënt en duurzaam. Alleen loop ik daar in de praktijk tegen een vrij hard probleem aan.

Ik woon in Leeuwarden en hier mag ik geen laadkabel over de stoep leggen naar mijn auto. Dat is jammer, want technisch is het probleem klein. Praktisch ook. In andere gemeenten in Nederland mag het wél, vaak met duidelijke voorwaarden: een kabelgoot, goede afdekking, afspraken over veiligheid. Prima te regelen.

Maar in de Friese hoofdstad is het antwoord vooralsnog nee. Punt.

Het gevolg is dat ik mijn eigen zonnestroom niet optimaal kan inzetten. Geen eigen laadpaal, geen slim laden overdag, geen directe koppeling tussen zon en mobiliteit. Het overschot aan energie verdwijnt het net op, waar het op piekmomenten toch al overbelast is. Ik wil wel, maar ik mag niet.

En ja, daar kun je best een beetje cynisch van worden. Over “blokkeer-Friezen” gesproken. Al is het natuurlijk vooral beleid dat blokkeert.

Tot die tijd moet ik het dus creatief oplossen. Apparaten slim timen, wasjes draaien als de zon schijnt, proberen pieken en dalen te benutten. Leuk als experiment, maar het voelt ook als een gemiste kans. Zeker nu iedereen het heeft over netcongestie en slimmer energiegebruik.

Het wrange is dat de oplossingen er al zijn. De techniek is volwassen, de behoefte is groot en de motivatie bij bewoners is er. Alleen de regels lopen achter. En regels zijn taai, vooral als ze eenmaal zijn vastgezet.

Die spanning herken ik ergens van. In mijn artikel Digitale afhankelijkheid in noodsituaties schreef ik al over hoe systemen waar we op vertrouwen ineens kwetsbaar blijken. Dat ging over digitale infrastructuur, maar het onderliggende gevoel is hetzelfde: je denkt dat je het goed geregeld hebt, tot je merkt dat je afhankelijk bent van regels en structuren waar je zelf geen invloed op hebt.

Met energie is dat niet anders. Je investeert in zonnepanelen, denkt je zaakjes op orde te hebben, en komt er dan achter dat lokaal beleid bepaalt hoe ver je kunt gaan. Je kunt technisch veel, maar bestuurlijk soms verrassend weinig.

Misschien is dat wel de rode draad: niet onwil van bewoners, maar een systeem dat nog niet helemaal is ingericht op wat mensen inmiddels wíllen en kúnnen. En dan blijft er weinig anders over dan creatief manoeuvreren binnen de lijntjes die er nu eenmaal liggen.

Alsof dat nog niet genoeg is, heeft mijn cv-ketel besloten dat hij richting pensioen wil. Hij doet het nog, maar met duidelijke tegenzin. De afgelopen dagen heb ik meerdere installateurs over de vloer gehad om te kijken naar een vervanger.

En ook hier wil ik het liefst een duurzame stap zetten. Een warmtepomp, eventueel hybride, of een oplossing die slim samenwerkt met mijn zonnepanelen. Minder of zelfs helemaal geen gas meer, meer eigen stroom, toekomstbestendig. Niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de lange termijn.

Wie zich wil verdiepen in de techniek achter warmtepompen kan prima terecht bij Milieu Centraal. En voor de actuele stand van zaken rond salderen en regelgeving biedt de Rijksoverheid een overzicht op rijksoverheid.nl.

De offertes heb ik nog niet binnen, maar één ding is nu al duidelijk: het gaat geld kosten. Geen klein beetje ook. Toch probeer ik het positief te bekijken. Een modern verwarmingssysteem verhoogt ook de waarde van het huis. En comfortabel wonen zonder schuldgevoel bij elke warme douche heeft ook wat.

Wat me opvalt in dit hele proces is de spanning tussen willen en kunnen. Als bewoner wil je verduurzamen. Als overheid roep je dat burgers dat moeten doen. Maar in de uitvoering botsen regels, beleid en praktijk voortdurend.

Ik wil mijn eigen stroom gebruiken, maar mag geen kabel leggen. Ik wil van het gas af, maar de investering is fors en subsidies veranderen continu. Ik wil bijdragen aan een stabieler energienet, maar mijn overschot kan ik niet slim inzetten.

Dat schuurt. En tegelijk is het ook een interessant tijdsbeeld. We zitten midden in een energietransitie die sneller gaat dan de regels kunnen bijhouden.

Misschien is het goed om af te sluiten met een paar vragen, gewoon om over na te denken:

  • Hoe logisch is het dat duurzaam gedrag wordt afgeremd door lokale regels?
  • Moet elke gemeente dit zelf blijven uitvinden, of is landelijke duidelijkheid nodig?
  • Hoeveel motivatie gaat er verloren als mensen wel willen, maar niet mogen?
  • En misschien wel de belangrijkste: hoe zorgen we ervoor dat goede intenties niet vastlopen op papier?

Wordt ongetwijfeld vervolgd. Zodra de zon weer schijnt, de ketel het begeeft of Leeuwarden van gedachten verandert.