
Tussen voornemen en vorst: schrijven in wintertijd
Sinds ik mijn site heb vernieuwd, nam ik me iets plechtigs voor: vaker publiceren. Minstens twee keer per week. Ritme. Structuur. Discipline. Het leek me niet meer dan logisch. Wie zichtbaar wil zijn, moet zichtbaar blijven.
Een mooi voornemen, maar de praktijk is weerbarstig.
Werktijden vreten energie
Doordeweeks slurpt mijn werk energie. Niet zozeer het werk zelf, maar vooral de werktijden. Ze hakken in op de dag. Als ik thuiskom, wil ik even helemaal niets. Geen toetsenbord. Geen ideeën. Geen SEO-checks of zinnen die nét wat strakker kunnen.
Alleen rust.
En ergens wringt dat. Want ik wíl schrijven. Ik wíl bouwen aan mijn platform. Op mijn over mij pagina vertel ik waarom ik dit doe. Op mijn blogoverzicht zie ik de ruimte tussen de publicaties. Die lege plekken voelen soms als stille verwijten.
Maar misschien zijn het geen verwijten. Misschien zijn het pauzes.
Kijken alsof je zelf op de latten staat
Tegelijkertijd is er genoeg dat inspireert. De Olympische Winterspelen bijvoorbeeld.
Ik blijf hangen bij sporters die alles geven. Bij onverwachte Nederlandse successen. Bij die ene rit waarin alles klopt. Maar misschien nog wel meer bij de manier waarop we het nu beleven.
Drones die meevliegen. Camera’s die bijna ín het ijs lijken te zitten. Beelden vanuit het perspectief van de sporter. Alsof je zelf even op de schaatsen staat. Alsof jij aangemoedigd wordt door het stadionpubliek.
Kijken wordt bijna voelen.
En daar zit iets fascinerends in. Technologie verandert niet alleen hoe we sport volgen, maar ook hoe we betrokken raken. Waar we vroeger afhankelijk waren van één vaste camerahoek, krijgen we nu een totaalbeleving. Alsof de afstand tussen bank en ijsbaan of bergtop kleiner is dan ooit.
Misschien is dat ook wat schrijven kan doen: afstand verkleinen.
Een winter die blijft hangen
En dan is er de winter hier.
Sneeuw. Kou. Dagen die blijven steken in grijstinten. Een ouderwetse winter, zonder twijfel. Mooi geweest ook.
Ik ben er wel klaar mee.
Met koude tenen. Met krabben in de ochtend. Met dat moment waarop je denkt dat het licht wordt, maar het gewoon nóg een tint grijs blijkt.
Toch is er iets tegenstrijdigs. Buiten mag het van mij best voorjaar worden. Binnen, op televisie, mag de winter nog wel even doorgaan. Die combinatie is bijna komisch.
De echte winter vraagt om handschoenen. De winter op tv vraagt alleen om aandacht.
Inspiratie is geen probleem
Misschien zit daar de sleutel.
Inspiratie is er genoeg. Sport. Seizoenen. Werk. Ritme. Stilte. Alles levert materiaal op. Het probleem is niet dat er niets te vertellen valt. Het probleem is dat het soms even moet blijven liggen.
Net als sneeuw.
Eerst dwarrelt het zacht naar beneden. Dan blijft het liggen. Onaangeroerd. Stil. Tot het moment komt dat je er toch doorheen moet. Omdat je naar je werk moet. Omdat het pad vrij moet. Omdat stilstand geen optie is.
Misschien geldt dat ook voor schrijven.
Soms moet een idee even onder een laagje kou verdwijnen. Niet weg. Alleen tijdelijk onzichtbaar. Tot er beweging komt. Tot er woorden ontstaan die niet geforceerd voelen, maar vanzelf.
Geen schema, wel ritme
Twee keer per week publiceren? Het blijft een mooi streven. En wie weet lukt het. Maar misschien zit de echte winst niet in het aantal artikelen, maar in het blijven terugkomen.
Niet omdat het moet. Maar omdat er iets te zeggen is.
En geloof me: dat is er bijna altijd.
Alleen soms… moet het nog even blijven liggen.
